Charles Eijck in Vogelvlucht

Eyck poster

 Charles Eyck, op 24 maart 1897 geboren in Meerssen als zoon van een schoenmaker, was door een ziekte vanaf z’n tiende jaar doof. Als 14-jarige begon hij zijn werkzaam leven als plateelschilder bij de Société Céramique om vervolgens op zijn 18e in dienst te treden bij het schildersbedrijf van Jean Wingen in Maastricht. Eyck heeft zich in de eerste helft van de twintigste eeuw ontwikkeld tot een beeldende duizendpoot, die op talloze plaatsen de sporen van zijn monumentale kunst heeft nagelaten.

Dat ging niet vanzelf: zijn doofheid en ondervoeding door de armoedige leefomstandigheden maakten het hem bijna onmogelijk om zijn ambitie, studeren aan de Rijksacademie te Amsterdam, waar te maken. Maar met financiële steun van vrienden en de stimulerende invloed van zijn belangrijkste leermeester prof. dr. A. Derkinderen lukt het hem toch om zijn studie te voltooien. En hoe: zijn eindexamenwerkstuk, het schilderij De Verloren Zoon werd bekroond met de Prix de Rome. Deze prijs, een fiks geldbedrag te besteden aan een driejarige studie van kunstobjecten in Frankrijk en Italië, opent een nieuwe wereld voor hem.

In Italië ontmoet hij de Zweedse kunstenares Karin Meyer, met wie in 1924 in Stockholm trouwt. Zij krijgen twee kinderen. Ondertussen blijft het sappelen, ondanks de toekenning van de ‘Grand Prix Internationale des Arts et Nations’. Pas als vrienden een tentoonstelling organiseren in de Parijse kunstzaal van Blanche Guillot, waar Eyck al zijn geëxposeerde werk verkoopt, komt er een einde aan de ‘magere jaren': hij groeit in vanaf de jaren 1929-1930 uit tot een van de meest gevraagde en geprezen kunstenaars van Nederland. De opdrachten stromen binnen, niet alleen voor muurschilderingen, kerkramen, staties in kerken, banken, scholen, overheidsgebouwen, maar ook voor bijvoorbeeld de hal van de KRO-studio in Hilversum, de decoratie van een schip van de Holland-Amerika Lijn, het Nederlandse paviljoen van de wereldtentoonstelling in Parijs, het staatsieportret van koningin Juliana. Hij wordt overladen met nationale en internationale prijzen, bejubeld als de “ongekroonde koning van de Limburgse kunst” en zelfs als de “nieuwe Michelangelo”, zoals de toenmalige directeur van het Haags Gemeentemuseum, dr. G. Knuttel hem bij de opening van een expositie van Limburgse kunstenaars noemde.

In de loop van de jaren ’50 verandert dat: kunstcritici, galeriehouders en collega’s verwijten hem dat hij te traditioneel blijft werken en ‘niet met zijn tijd meeging’. Maar Eyck trekt zich daar weinig van aan: hij bleef werken in zijn door het grote publiek nog altijd bewonderde snelle, bijna impressionistische stijl.

Bij zijn overlijden op 86-jarige leeftijd liet hij een enorm oeuvre na: 7000 vierkante meter muurschilderingen, tweeduizend vierkante meter glasramen, duizenden schilderijen, tekeningen, beelden, keramische objecten, sieraden, kostuum- en textielontwerpen, boekillustraties plus een door hem ontworpen gebouw: de St. Joseph Arbeider kerk in Meerssen-West.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>